ADHD op de werkvloer: soms is één rustige werkplek al het verschil

“Ik word helemaal gek van al die geluiden om me heen. Collega’s die bellen, iemand die binnenloopt met een vraag… Het werk waarvoor ik echt focus nodig heb, doe ik uiteindelijk ’s avonds thuis of in het weekend.”

Dit soort uitspraken hoor ik regelmatig tijdens coachgesprekken. Van mannen én vrouwen met ADHD.

Want werken met ADHD betekent vaak balanceren tussen twee uitersten. Je hebt prikkels nodig om gemotiveerd en scherp te blijven, maar juist die prikkels kunnen ervoor zorgen dat je geen enkele taak ongestoord afmaakt. Je wilt onderdeel zijn van het team én beschikbaar zijn voor collega’s, maar tegelijkertijd heb je rust nodig om je werk daadwerkelijk gedaan te krijgen.

Een vrouw die ik begeleidde, werkte samen met haar collega’s in één grote ruimte. Dat was bewust zo ingericht: iedereen moest makkelijk aanspreekbaar zijn voor studenten. Ze genoot van de spontane overleggen, de brainstorms en de dynamiek. Maar aan het einde van de dag bleek haar belangrijkste werk vaak nog onaangeraakt. Dat nam ze mee naar huis, waar ze het ’s avonds of in het weekend alsnog afrondde.

Dat was op de lange termijn niet vol te houden.

Ik vroeg haar of er op haar werk een rustige plek beschikbaar was waar ze zich tijdelijk kon terugtrekken. Dat bleek niet zo te zijn. Daarom besloten we dat ze het gesprek met haar leidinggevende zou aangaan.

Haar reactie was veelzeggend:
“Hij weet dat ik ADHD heb, maar niet hoeveel invloed het soms heeft. En bovendien wordt er verwacht dat iedereen in de gezamenlijke ruimte werkt.”

Ik gaf haar mee dat werkafspraken vaak met de beste bedoelingen worden gemaakt, maar dat je onderweg mag ontdekken dat iets niet voor iedereen optimaal werkt. En als je structureel je werk in je vrije tijd opvangt, blijft het echte probleem onzichtbaar. Dan is er voor een werkgever ook weinig aanleiding om iets te veranderen.

Een week later vertelde ze dat het gesprek verrassend goed was verlopen.

Ze hoefde uiteindelijk niet thuis te werken. In plaats daarvan werd er een rustige werkplek gecreëerd waar ze gebruik van kon maken wanneer ze geconcentreerd moest werken. Sterker nog: ook andere collega’s bleken behoefte te hebben aan zo’n plek.

Op mijn vraag hoe dat voelde, zei ze:
“Ik wilde eigenlijk niet dat er rekening werd gehouden met mijn ADHD. Ik dacht: dit is mijn probleem, dus ik moet er zelf mee omgaan. Maar nu ik zie dat anderen die ruimte ook gebruiken, besef ik dat mijn ADHD sommige uitdagingen vooral vergroot. Die uitdagingen bestaan blijkbaar ook zonder ADHD.”

Dat inzicht vond ik waardevol.

Niet omdat ADHD ineens geen rol meer speelt, maar omdat het laat zien dat passende ondersteuning vaak niet alleen één persoon helpt. Een rustige werkplek, duidelijke afspraken of meer flexibiliteit kunnen voor veel mensen het verschil maken.

Om hulp vragen is geen teken van zwakte. Soms is het juist de eerste stap naar beter functioneren – voor jezelf én voor de mensen met wie je samenwerkt.

Kom in gesprek

Maak online een afspraak voor een intakegesprek of neem contact op voor meer informatie.

 

Laten we Kennismaken? Afspraak inplannen